Arbeid

Gevangenisarbeid

De Bijzondere Strafgevangenis van Leeuwarden deed in de vorige eeuw dienst als de grootste en strengste van Nederland. Lang, - en zwaargestraften werden hier dan ook geplaatst. De gevangenis moest zelfredzaam zijn. Het gebouw was daardoor optimaal voorzien van werkzalen om te kunnen produceren voor opdrachtgevers. Huisdiensten waren nodig om in de voorziening van de bewoners en onderhoud van het gebouw te voldoen. Elke nieuw binnengekomen gedetineerde kreeg, na voorgeleid te zijn aan de gestichtsraad, gelegenheid om aan te geven welke arbeid hij wilde verrichten.

 

Er kon een keuze gemaakt worden uit: timmeren, smeden, meubelmaker, kleermaken, weven, letterzetten en drukken, schilderen, boekbinden, mandenmaken, schoenen maken en zadels maken. De voornaamste opdrachtgevers voor gevangenisarbeid waren de Rijksdiensten. 


Celarbeid

Gedetineerden die niet in de gemeenschap konden werken mochten de arbeid in een cel verrichten. De gedetineerde kon zich hier in alle rust op het werk concentreren. Elke strafgevangenis had een huisdienst waar algemene werkzaamheden werden verricht in onderhoud en ondersteunende werkzaamheden voor het arbeidsproces. Voor deze arbeid kwamen gedetineerden die niet geschikt waren voor zwaar werk, of beroepswege, voor in aanmerking. Deze arbeid bestond uit: aardappelschiller; barbier; magazijnknecht; verver; sjouwer; arbeider; reiniger; kok; onderkok; spoeler; metselaar; matten slaan en mattenvlechten.


Plattegrond werkzalen Strafgevangenis Leeuwarden

 

Bijz.Strafgevangenis en Huis van Bewaring anno 1935.

BEGANE GROND 

 

1 Portierskamer
2 Rijwielbergplaats
3 Cellenvleugel
4 Luchtcellen
5 Voorplaats
6 Bezoekkamer
7 Ingang cellenvleugel
8
Werkcel
9 Keurkamer
10
Cartonnagekamer
11 Groote weverij
12 Kleine weverij
13 Keurkamer
14
Boomerij
15 Bureau Huismeester

 

16 Reclasseeringskamer
17
Bewaarderswacht
18 Keuken
19 Ketelhuis
20
Wasscherij
21
Badlokaal
22 Verblijfzaal
23 Smederij
24 Timmerwinkel
25 Broodkamer
26 Strafcellen
27 Bergruimte
28 Magazijn v. d. Arbeid
29 Woning v. d. Directeur


BIJZONDERE STRAFGEVANGENIS ANNO 1935

 

le VERDIEPING

 

1 Regentenkamer
2 Secretarie
3 Archief
4 Cellen
5
Bewaarderswacht
6 Kerk
7 Kleermakerij
8 Archief
9 Bureau Administratie
10 Bureau v. d. Hoofdopzichter
11 Bureau v. d. Commies ter Directie
12 Bureau v. d. Directeur
13 Bureau v. d. Adj. Directeur
14 Werkcellen
15 Werkzaal
16 Magazijn v. d. meubelmakerij
17 Meubelmakerij
19 Verblijfzaal

 

20 Snijderij
21 Magazijn v. d. kleermakerij
22 Bibliotheek
23-24-25 Verblijfzalen
26 Slaapzalen (
alcoven)

 

Op de derde verdieping was de ziekenzaal gevestigd.


De weverij en kleermakerij

In de weverij en kleermakerij, waar hoge productie werd geleverd, konden de meeste gedetineerden aan het werk. Aan het grote weefgetouw werden taken verdeeld waar de betreffende gedetineerde ook de verantwoording over droeg. Over het gehele arbeidsproces werd een toezichter aangesteld. Van de gefabriceerde stoffen werd o.a. gevangeniskleding vervaardigd in de eigen kleermakerij. De gefabriceerde stoffen waren vrij stug en ruw.  Voordat er kleding van gemaakt kon worden werden ze daarom eerst geperst met de kalander. 

Weverij Strafgevangenis Leeuwarden
Weverij Strafgevangenis Leeuwarden
  • Bobijner:  In de weverij het garen van de winders afrollen en op meerdere om hun as draaiende bobijnen (houten garenklos) winden.
  • Wever: Het bedienen van grote weefgetouw.
  • Toezichter: Arbeidsproces. 
  • Kalanderen: Het soepel maken van de geweven stof. Dit werd gedaan met behulp van  de kalander, een pers met twee of meerdere spoelen waar de stof doorheen werd geleid. Hoe zwaarder de druk, hoe gladder de stof.
  • Spoelmaker: Spoelen maken voor het weefgetouw.
  • Kamslaan: De kammen gereed maken voor het weefgetouw. Met de kam werd de nieuw geschoten draad tegen de geweven stof gedrukt.
  • knecht in Kalanderij: Onderhoudt van de kalander.
  • Kleermaker: Vervaardigen van de kleding.
  • Kleerlapper: Herstellen van de kleding.
  • Snijden van kleding: Patroon knippen.